Sommige kantoren zijn zo klein dat er maar plaats is voor twee. Dan zit je de hele dag samen met dezelfde persoon: voor telefoongesprekken, voor je middagdip, voor je lunch. Dat kan heel gezellig zijn, maar ook vermoeiend als er geen afspraken zijn. Gelukkig is het niet moeilijk om er samen iets moois van te maken. Met wat aandacht voor elkaars gewoontes blijft het prettig voor beiden.
Ruimte delen met respect
Praat er in het begin over. Vraag wat de ander prettig vindt: ramen open of dicht, licht aan of uit, stilte of achtergrondmuziek. Iedereen heeft zijn voorkeuren, en die komen zelden helemaal overeen. Zoek een middenweg, en wees bereid om af en toe wat toe te geven. Een gesprek van enkele minuten voorkomt weken van stille ergernis. Schrijf de afspraken desnoods even op, zodat je er later op kunt terugkomen.
Houd rekening met geluid. Telefoneer op een gepaste toon, en waarschuw als je een langer gesprek voert. Draag een koptelefoon wanneer je naar muziek of een vergadering luistert, en zet je gsm op stil. Vraag ook aan de ander of het geluid van je toetsenbord of je eetmomenten storen. In een kleine ruimte hoor je alles, dus wat voor jou gewoon is, kan voor de ander luid klinken. Ook het openen van een raam of het aanzetten van de verwarming bespreek je best samen.
Blijf netjes, want de ruimte is klein. Ruim je bureau op, zet je koffiekop weg en neem je spullen mee als je klaar bent. Ook geuren tellen mee: een sterke lunch of parfum voelt in een kleine kamer snel zwaar. Maak ook duidelijk waar de gedeelde spullen staan en wat privé is. Zo weet iedereen waar zijn of haar plek begint en eindigt.
Zorg voor momenten van rust en voor momenten van contact. Soms wil je gewoon doorwerken, soms even praten. Zeg dat gerust: ik moet me even concentreren, of: heb je zin in een koffie? Ga af en toe samen even naar buiten voor een korte wandeling. Zo groeit er begrip, en wie weet wordt je kantoorgenoot na verloop van tijd een echte vriend.