Je zit net lekker in je werk, en dan staat er iemand naast je bureau met een vraag. Het is vervelend, maar meestal niet kwaad bedoeld. De collega heeft je hulp nodig of wil even iets delen. Toch kan zo'n onderbreking je behoorlijk uit je ritme halen. Gelukkig kun je op een vriendelijke manier omgaan met die onverwachte bezoekjes, zonder je aandacht te verliezen en zonder de ander het gevoel te geven dat hij of zij lastig is.
Vriendelijk grenzen aangeven
Een goede eerste stap is even oogcontact maken en glimlachen. Je hoeft niet meteen alles te laten vallen. Zeg bijvoorbeeld: ik ben zo klaar met dit stuk, kan ik straks bij je langskomen? Zo laat je merken dat je de vraag serieus neemt, maar dat je eerst iets wilt afmaken. De meeste mensen begrijpen dat direct en wachten graag een paar minuten, zeker als je daarna echt komt.
Spreek een vaste manier af met je collega's. Sommige teams gebruiken een klein kaartje op het bureau: rood betekent even niet storen, groen betekent welkom. Anderen zetten een koptelefoon op of hangen een briefje op de stoel. Wat je ook kiest, zorg dat iedereen weet wat het betekent. Dan hoef je niets uit te leggen en voelt niemand zich afgewezen.
Vraag jezelf ook af wat je zelf doet. Loop je zelf soms zomaar bij iemand binnen? Bedenk dan eerst of de vraag kan wachten, of dat een kort berichtje beter past. Kijk of iemand erg geconcentreerd zit, en wacht als dat zo is. Op die manier geef je wat je zelf ook graag krijgt, en leer je hoe fijn het is om ongestoord te kunnen werken.
Vergeet niet dat een praatje af en toe ook goed is. Een kort gesprek kan de sfeer verbeteren en problemen oplossen voordat ze groot worden. Kies daarom liever voor vriendelijke duidelijkheid dan voor een gesloten deur. Merk je dat het te vaak gebeurt, bespreek het dan rustig in het team. Vaak zijn kleine afspraken genoeg om de balans terug te vinden tussen aandacht voor elkaar en aandacht voor het werk.